Missies
Voyager 1

Een ruimtesonde gelanceerd in het jaar van Star Wars, die inmiddels de interstellaire ruimte binnen is gevlogen. Voyager 1 vertrok in 1977 voor een verkenningstocht langs Jupiter en Saturnus, en bleef daarna gewoon doorvliegen — tot het in augustus 2012 als eerste door mensen gemaakte object de heliosfeer verliet, de zeepbel van zonnewind die ons zonnestelsel omhult.
Wat maakt Voyager 1 bijzonder?
Op verzoek van astronoom Carl Sagan draaide Voyager 1 in 1990, vlak voor zijn camera's werden uitgeschakeld om energie te sparen, zich nog eenmaal om en fotografeerde het hele zonnestelsel — inclusief de aarde, die op de foto slechts 0,12 pixel beslaat: de beroemde "Pale Blue Dot". Sagan schreef er later een boek over, als herinnering aan hoe klein en kwetsbaar onze wereld is vanuit de diepe ruimte. In 2020, ter gelegenheid van de 30e verjaardag, verwerkte NASA de originele beelddata opnieuw met modernere software tot een scherpere versie van dezelfde foto.
De Gouden Plaat
Aan boord bevindt zich de Voyager Golden Record, een verguld koperen grammofoonplaat met geluiden en beelden van de aarde — klassieke en traditionele muziek van over de hele wereld, gesproken groeten in 55 talen, natuurgeluiden zoals wind, regen en walvisgezang, en 115 gecodeerde afbeeldingen. Erbij zit een cartridge en naald, plus een schematische gebruiksaanwijzing in symbolen die uitlegt hoe de plaat afgespeeld moet worden en waar de aarde zich bevindt ten opzichte van veertien pulsars. Het is bedoeld als boodschap voor eventuele buitenaardse vinders, mocht de sonde ooit door iets anders dan lege ruimte worden gevonden — een tijdscapsule die, bij afwezigheid van slijtage in de vrieskou van de ruimte, in theorie miljard jaren meegaat.
Aangedreven door kernenergie
Voyager 1 vliegt te ver van de zon voor zonnepanelen, dus wekt de sonde haar stroom op met drie radio-isotopengeneratoren (RTG's). Deze zetten de warmte van het radioactieve verval van plutonium-238 rechtstreeks om in elektriciteit, zonder bewegende delen — een technologie die al decennia foutloos doorwerkt. Bij lancering in 1977 leverden de drie RTG's samen ongeveer 470 watt; omdat plutonium-238 een halveringstijd van 87,7 jaar heeft, neemt het vermogen gestaag af met zo'n 4 watt per jaar. Voyager 1 draait inmiddels op ruwweg de helft van zijn oorspronkelijke vermogen, en NASA schakelt geregeld instrumenten uit om de resterende stroom zo lang mogelijk te rekken.
Foto's van de planeten
Voordat Voyager 1 de rand van ons zonnestelsel bereikte, maakte de sonde tijdens haar flyby's langs Jupiter (1979) en Saturnus (1980) duizenden close-ups — de scherpste beelden van die planeten die de mensheid op dat moment ooit had gezien.
In perspectief
- Voyager 1 bevindt zich medio 2026 op meer dan 25,5 miljard kilometer (bijna 170 astronomische eenheden) van de aarde, en beweegt met ongeveer 17 kilometer per seconde nog altijd verder weg. Op 18 november 2026 bereikt de sonde de mijlpaal van één lichtdag afstand — ruim 25,9 miljard kilometer, zo ver dat een radiosignaal er een volle 24 uur over doet om ons te bereiken.
- Voyager 1 stevent, heel in de verte, af op de ster Gliese 445 (ook bekend als AC+79 3888) in het sterrenbeeld Giraffe. Over ongeveer 40.000 jaar passeert de sonde die ster op zo'n 1,6 lichtjaar afstand — dichterbij dan onze eigen zon dan zal zijn. Voyager 1 is echter niet doelbewust naar die ster gericht; het is puur toeval van de vliegbaan.
- De energie aan boord (afkomstig van het verval van de RTG's) neemt gestaag af; NASA verwacht dat de laatste instrumenten van Voyager 1 rond het einde van de jaren 2020 definitief zullen verstommen, waarna de sonde in stilte blijft doorvliegen, voor altijd.