Verre Objecten
Boemerangnevel

Dit is de koudste plek die de mensheid ooit heeft gemeten in het heelal: ongeveer 1 kelvin, oftewel -272°C — kouder dan de kosmische achtergrondstraling die de rest van de kosmos een fractie boven het absolute nulpunt houdt. De Boemerangnevel, 5.000 lichtjaar van ons vandaan in het sterrenbeeld Centaurus, is daarmee killer dan vrijwel elke andere plek die we kennen — inclusief de lege ruimte tussen de sterrenstelsels.
Wat zie je hier?
De Boemerangnevel is een protoplanetaire nevel: een ster aan het einde van haar leven die haar buitenlagen afstoot, op weg naar een nieuw bestaan als planetaire nevel. Al zo'n 1.500 jaar blaast de centrale ster gas de ruimte in met een snelheid van ongeveer 500.000 kilometer per uur — genoeg om per jaar een duizendste zonsmassa te verliezen. Die uitstroom vormt de karakteristieke dubbele lob, die astronomen Keith Taylor en Mike Scarrott in 1980 met een grondtelescoop in Australië deden denken aan een boemerang. Toen Hubble het object in 1998 scherper fotografeerde, bleek de vorm eigenlijk meer een strikje — vandaar dat sommigen het ook de "Bow Tie Nebula" noemen, al is de oorspronkelijke naam blijven hangen.
De recordkou werd pas in 1995 vastgesteld, door astronomen Raghvendra Sahai en Lars-Åke Nyman met een radiotelescoop in La Silla, Chili. Ze vergeleken de straling van koolmonoxide-moleculen in de nevel met de kosmische achtergrondstraling — de na-gloed van de oerknal, die het hele heelal opwarmt tot zo'n 2,7 kelvin. Het gas in de nevel bleek daar ver onder te zitten: rond de 1 kelvin. Dat kan alleen doordat het uitstromende gas zo snel uitzet dat het zichzelf afkoelt, ongeveer zoals het koelmiddel in een koelkast afkoelt wanneer het door een ventiel expandeert — een natuurlijk proces dat de achtergrondstraling van het heelal zelf overtreft.
De oneindigheid in perspectief
- Het licht dat je nu ziet, vertrok 5.000 jaar geleden — rond de tijd dat de eerste piramides in Egypte werden gebouwd.
- De extreme kou is een momentopname: over enkele duizenden jaren wordt de blootgelegde sterkern heet genoeg om de omringende gaswolk te laten oplichten, en verandert de nevel in een volwaardige, warme planetaire nevel.
- Er bestaan plekken op aarde — in laboratoria, vlak bij het absolute nulpunt — die nóg kouder zijn dan de Boemerangnevel. Maar als natuurlijke plek, zonder menselijke koeltechniek, staat hij nog altijd bovenaan.