Verre Objecten

Bubbelnevel

De Bubbelnevel (NGC 7635), vastgelegd door de Hubble-ruimtetelescoop: een bijna ronde gasbel met de verantwoordelijke ster duidelijk zichtbaar aan de rand
De Bubbelnevel door Hubble's Wide Field Camera 3 (februari 2016) — blauw is zuurstof, groen waterstof, rood stikstof. De ster die de bel blaast staat opvallend uit het midden, op de 10-uurspositie.Beeld: NASA, ESA, Hubble Heritage Team (STScI/AURA) (publiek domein)

Eén enkele ster, met een sterrenwind van bijna 1.800 kilometer per seconde, blaast al duizenden jaren een bijna perfect ronde bel van gas de ruimte in. De Bubbelnevel — NGC 7635 — in het sterrenbeeld Cassiopeia is een van de meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden van hoe één enkele, extreme ster zijn omgeving kan hervormen. William Herschel ontdekte de nevel al in 1787, lang voordat iemand kon vermoeden wat het mechanisme erachter was.

Wat zie je hier?

In het hart van de nevel staat BD +60°2522, een Wolf-Rayet-ster: een extreem hete, massieve ster die haar buitenste waterstoflagen al grotendeels heeft afgestoten en nu helium tot zwaardere elementen fuseert. Deze ster is zo'n 45 keer zwaarder dan de zon en stoot een sterrenwind uit van ruim 6,4 miljoen kilometer per uur — omgerekend zo'n 1.800 kilometer per seconde. Die wind veegt het koude interstellaire gas ervoor op, net zoals een sneeuwschuiver sneeuw voor zich uit opstapelt, en zo ontstaat de scherpe rand van de bel.

Opvallend is dat de ster zelf niet in het midden van de bel staat: aan één kant ligt dichter, kouder gas, waardoor de bel aan die kant wordt afgeremd en de ster juist naar de rand lijkt te zijn verschoven. Links boven in het beeld zijn bovendien dichte, met stof doorregen zuilen van koud waterstofgas te zien — een structuur die sterk doet denken aan de beroemde Pilaren der Schepping in de Adelaarsnevel, en om dezelfde reden ontstaat: felle ultraviolette straling die het omringende gas wegbrandt, behalve waar het te dicht is om te wijken.

De oneindigheid in perspectief

  • Het licht dat je nu ziet vertrok zo'n 7.100 jaar geleden — ruim voordat het wiel werd uitgevonden.
  • De bel zelf is ongeveer 7 lichtjaar in doorsnede — anderhalf keer de afstand tussen onze zon en Proxima Centauri, de dichtstbijzijnde ster.
  • BD +60°2522 is nog maar zo'n 4 miljoen jaar oud, extreem jong voor een ster — maar juist doordat hij zo zwaar is, zal hij over naar schatting 10 tot 20 miljoen jaar al als supernova eindigen. Op kosmische schaal is dat bijna morgen.