Verre Objecten
Orionnevel

Een wazig vlekje in het zwaard van Orion is in werkelijkheid een kraamkamer van sterren — de dichtstbijzijnde en helderste die we kennen. De Orionnevel, ook bekend als Messier 42, is met het blote oog te zien vanaf een donkere plek op aarde, en toch is het een reusachtige wolk van gas en stof waarin op dit moment duizenden nieuwe sterren ontstaan. Al eeuwen is het een van de meest bestudeerde objecten aan de nachthemel.
Wat zie je hier?
De Orionnevel is een zogeheten H II-gebied: een enorme wolk waterstofgas die oplicht doordat felle, jonge sterren erin de gasatomen ioniseren. In het hart van de nevel staat het Trapezium-cluster, vier zware, hete O-sterren die met hun straling en sterrenwind de omringende wolk wegblazen en tegelijk verlichten — vandaar de twee "holtes" die je op infraroodbeelden ziet.
Toen Hubble in de jaren negentig scherp inzoomde, ontdekte de telescoop honderden protoplanetaire schijven — platte draaischijven van gas en stof rond piepjonge sterren, waarin mogelijk ooit planeten zullen ontstaan. De Orionnevel is daarmee niet alleen een sterrenkraamkamer, maar ook een natuurlijk laboratorium voor het ontstaan van planetenstelsels zoals het onze.
De oneindigheid in perspectief
- Het licht dat je vanavond ziet vertrok 1.344 jaar geleden — rond de tijd dat Karel de Grote geboren werd.
- De nevel maakt deel uit van de veel grotere Orion Molecular Cloud Complex, die zich over tientallen lichtjaren uitstrekt en waarschijnlijk nog duizenden nieuwe sterren zal voortbrengen.
- De sterren die hier nu ontstaan, gloeien over miljoenen jaren nog steeds — maar de nevel zelf, het gas waaruit ze geboren worden, zal door hun eigen straling uiteindelijk verdreven zijn.