Verre Objecten
Pilaren der Schepping

Kolommen van gas en stof, elk meerdere lichtjaren hoog — en binnenin worden op dit exacte moment nieuwe sterren geboren. De Pilaren der Schepping in de Adelaarsnevel zijn misschien wel het beroemdste beeld uit de geschiedenis van de sterrenkunde: Hubble fotografeerde ze in 1995, Webb deed het in 2022 nog eens dunnetjes over in infrarood en onthulde honderden protosterren die in het stof verscholen zaten.
Wat zie je hier?
De pilaren zijn de dichtste, taaiste delen van een gigantische wolk moleculair gas. De felle ultraviolette straling van jonge, hete sterren erboven "zandstraalt" de wolk van buitenaf weg — maar waar het gas dicht genoeg is, houdt het stand. Zo blijven karakteristieke zuilen achter, als rotsformaties in een kosmische woestijn. In de toppen zitten verdichtingen waar de zwaartekracht wint: daar storten gasklonten ineen tot nieuwe sterren.
De grootste pilaar is ongeveer vier lichtjaar hoog — bijna de afstand van de zon tot Proxima Centauri, in één "rotspunt" van gas.
De oneindigheid in perspectief
- Het licht dat je vandaag van de pilaren ziet, vertrok 5.700 jaar geleden — toen de eerste steden op aarde werden gebouwd.
- Sommige astronomen vermoeden dat een nabije supernova de pilaren al deels heeft weggeblazen. Zelfs als dat zo is, zien wíj ze nog eeuwen staan: het nieuws is simpelweg nog onderweg.
- De sterren die hier nu geboren worden, zullen over miljarden jaren hun eigen planeten hebben — misschien met eigen sterrenkijkers.