Verre Objecten

Trifidnevel

De Trifidnevel in infrarood licht, vastgelegd door NASA's WISE-telescoop, met de karakteristieke structuur van gas en stof rond jonge, hete sterren
De Trifidnevel in infrarood — vastgelegd door NASA's Wide-field Infrared Survey Explorer (WISE). Straling en sterrenwind van massieve jonge sterren hebben een holte in de omringende gas- en stofwolk geblazen.Beeld: NASA/JPL-Caltech/UCLA (publiek domein)

Drie totaal verschillende soorten nevel, verenigd in één object: dat maakt de Trifidnevel uniek aan de sterrenhemel. Een gloeiend rode gaswolk, een blauwe wolk die alleen sterlicht weerkaatst, en donkere stofbanen die alles in stukken lijken te snijden — Messier 20 laat zien hoe divers een enkele kraamkamer van sterren kan zijn.

Wat zie je hier?

De naam "Trifid" (verdeeld in drieën) verwijst naar de donkere stofbanen die de heldere, roze gloeiende gaswolk in het midden in drie herkenbare lobben splitsen — een naam die de Britse astronoom John Herschel begin negentiende eeuw bedacht nadat hij die structuur voor het eerst goed in beeld kreeg. Maar de nevel is om een tweede reden bijzonder: hij combineert alle drie de hoofdtypen nevel die de sterrenkunde kent in één enkel object. Het rode gedeelte is een emissienevel: waterstofgas dat oplicht doordat het wordt geïoniseerd door de felle ultraviolette straling van een jonge, hete meervoudige ster in het centrum. Het blauwe gedeelte ernaast is een reflectienevel — stofdeeltjes die simpelweg het licht van diezelfde sterren terugkaatsen, zoals mist een koplamp verstrooit. En de donkere banen die het geheel doorklieven, zijn een donkere nevel: dichte stofwolken die het licht erachter juist blokkeren.

Die drieledige combinatie is zeldzaam. De meeste nevels aan de hemel zijn overwegend één type; de Trifidnevel toont alle drie tegelijk in een gebied van slechts enkele tientallen lichtjaar breed — een compact laboratorium waarin je in één oogopslag ziet hoe verschillend gas en stof kunnen reageren op het licht van nabije sterren.

De oneindigheid in perspectief

  • De afstand tot de Trifidnevel is verrassend onzeker: schattingen lopen uiteen van ruim 2.000 tot 9.000 lichtjaar, met zo'n 4.100 lichtjaar als een veelgebruikte middenwaarde — een herinnering dat zelfs bekende hemelobjecten hun geheimen niet zomaar prijsgeven.
  • Charles Messier noteerde het object op 5 juni 1764 als nummer 20 in zijn catalogus — bijna 262 jaar geleden, en nog altijd is de nevel volop in ontwikkeling: de jonge sterren in het centrum blazen het omringende gas met elke eeuw een stukje verder uiteen.
  • Nog geen twee graden verderop aan de hemel staat de Lagunenevel (M8) — twee kraamkamers van sterren die, hoewel ze op de hemel vlak naast elkaar lijken te staan, in werkelijkheid door duizenden lichtjaren van elkaar gescheiden kunnen zijn.