Telescopen
James Webb-ruimtetelescoop

Een spiegel van 6,5 meter, opgevouwen als een ruimtelijke puzzel om in een raket te passen, en pas na lancering langzaam ontvouwd. De James Webb-ruimtetelescoop (JWST), gelanceerd op eerste kerstdag 2021, is de grootste en krachtigste ruimtetelescoop ooit gebouwd — en anders dan Hubble niet in een baan om de aarde, maar op 1,5 miljoen kilometer afstand, bij het Lagrangepunt L2.
Waarom kijkt Webb in infrarood?
Waar Hubble vooral zichtbaar licht en ultraviolet waarneemt, is Webb gebouwd om infraroodstraling op te vangen — warmtestraling die dwars door stof- en gaswolken heen kan reizen die zichtbaar licht juist blokkeren. Daardoor kan Webb dwars door de stofwolken van stervormingsgebieden kijken, en licht opvangen van de allereerste sterrenstelsels, dat door de uitdijing van het heelal is uitgerekt tot infrarood.
De 18 zeshoekige, met goud beklede spiegelsegmenten en het tennisbaan-grote zonneschild (dat de instrumenten tot extreem lage temperaturen afkoelt) moesten na lancering in de ruimte worden ontvouwd — een van de meest complexe en risicovolle inzetprocedures ooit uitgevoerd, die zonder één astronaut ter plekke volledig automatisch moest slagen.
In perspectief
- Webb bevindt zich zo ver van de aarde dat een reparatiemissie zoals bij Hubble in de praktijk onmogelijk is — de telescoop moest het bij lancering in één keer goed doen.
- Vanaf het Lagrangepunt L2 blijft de telescoop, samen met de aarde, in een vaste positie ten opzichte van de zon — waardoor het zonneschild permanent de zon, aarde én maan kan afschermen.
- Binnen enkele maanden na de eerste beelden in 2022 had Webb al sterrenstelsels ontdekt die veel vroeger na de oerknal bestonden dan astronomen voor mogelijk hielden — een van de grootste verrassingen in de recente sterrenkunde.