Kosmos

De Melkweg: reisgids door ons thuisstelsel

Infraroodopname van het dichtbevolkte centrum van de Melkweg, vol sterren en stofwolken
Downtown Melkweg (Spitzer, infrarood). In zichtbaar licht verbergt stof het centrum volledig; in infrarood zie je de miljoenensterren-metropool erachter.Beeld: NASA/JPL-Caltech (publiek domein)

Je woont in een spiraalstelsel van honderdduizend lichtjaar doorsnee, samen met 200 tot 400 miljard sterren. Elke ster die je ooit met het blote oog hebt gezien hoort erbij. De wazige lichtband die je bij donkere hemel over de hemel ziet lopen — de "melkweg" waar de Grieken gemorste melk in zagen — is niets anders dan het zicht dwars door onze eigen sterrenschijf. Dit is de reisgids door je thuisstelsel, van buitenwijk tot centrum.

De plattegrond

De Melkweg is een balkspiraalstelsel: een afgeplatte schijf van sterren, gas en stof, met in het midden een langwerpige verdikking (de balk) en daaromheen wijkende spiraalarmen. De schijf is zo'n 100.000 lichtjaar breed maar gemiddeld maar ±1.000 lichtjaar dik — verhoudingsgewijs platter dan een pannenkoek. Daaromheen zweeft een bolvormige halo van oeroude sterrenhopen en, onzichtbaar maar onmisbaar, een enorme wolk donkere materie die het hele stelsel bij elkaar houdt.

Ons adres: de Orion-arm, een bescheiden zijstraat tussen de grote Perseus- en Sagittarius-armen, op zo'n 27.000 lichtjaar van het centrum. Een rustige buitenwijk — en dat is maar goed ook: dicht bij het centrum maken supernova's en straling het leven een stuk ongezelliger.

Het centrum: een slapende reus

In het hart van de Melkweg, verborgen achter dikke stofwolken in het sterrenbeeld Boogschutter, huist Sagittarius A*: een superzwaar zwart gat van vier miljoen zonsmassa's. Decennialang volgden astronomen sterren die er met duizenden kilometers per seconde omheen slingerden — het bewijs dat daar iets onzichtbaars en onvoorstelbaar zwaars moest zitten (Nobelprijs 2020). In 2022 fotografeerde de Event Horizon Telescope het beest zelf.

Vergeleken met de vraatzuchtige quasars in verre stelsels is ons zwarte gat opvallend rustig: het eet momenteel nauwelijks. Maar röntgen-echo's in de omliggende gaswolken verraden dat het een paar eeuwen geleden nog een flinke maaltijd verwerkte.

Een stelsel in beweging

  • Wij draaien mee. De zon raast met ±230 km/s rond het centrum; één rondje ("galactisch jaar") duurt zo'n 225 miljoen jaar. De vorige keer dat we hier waren, liepen de eerste dinosauriërs rond.
  • De Melkweg eet. Ons stelsel groeide door kleinere stelsels op te slokken; de slierten van die maaltijden (zoals de Sagittarius-stroom) zijn nog steeds zichtbaar in de halo.
  • Botsing op komst. Over ±4,5 miljard jaar smelten de Melkweg en het Andromedastelsel samen tot één reusachtig stelsel ("Milkomeda"). Sterren botsen daarbij vrijwel nooit — de afstanden zijn te groot — maar beide spiralen vervormen tot een elliptische wolk.

Veelgestelde vragen

Hoe groot is de Melkweg?

±100.000 lichtjaar doorsnee, 200–400 miljard sterren, plus een veel grotere halo van donkere materie.

Waarom heet het de Melkweg?

De Grieken zagen in de lichtband gemorste melk: galaxias (gala = melk) — vandaar ook het woord galaxy.

Kun je de Melkweg vanuit Nederland zien?

Ja, bij echt donkere hemel op de Wadden, bij het Lauwersmeer of in Drenthe — het mooist in zomer en herfst richting het zuiden.