Verre Objecten

Draaikolkstelsel (M51)

Het Draaikolkstelsel M51 in zichtbaar licht, met roze stervormingsgebieden en blauwe sterhopen langs de spiraalarmen
Het Draaikolkstelsel in zichtbaar licht, opgenomen met de Hubble-ruimtetelescoop. De roze vlekken zijn gloeiende waterstofwolken waar nieuwe sterren ontstaan; de donkere dradering is stof dat het licht erachter dempt.Beeld: NASA, ESA, S

Een sterrenstelsel dat zijn eigen spiraalarmen laat uitrekken door de zwaartekracht van een buur die het langzaam opslokt. Het Draaikolkstelsel (Messier 51, ook wel NGC 5194) was in 1845 het allereerste object waarin een mens ooit een spiraalvorm herkende — en het geldt nog steeds als een van de fraaiste voorbeelden ervan. Het stelsel ligt vrijwel recht van boven op ons gericht, zodat we zijn sierlijke armen in volle glorie zien, terwijl de kleinere begeleider NGC 5195 er als een gouden aanhangsel aan vastkleeft.

Wat zie je hier?

Op deze Hubble-opname zie je de karakteristieke bouw van een zogeheten grand-design spiraalstelsel: twee duidelijk afgebakende armen die vanuit de heldere kern sierlijk naar buiten krullen. De roze vlekken zijn gloeiende waterstofwolken waarin op dit moment nieuwe sterren ontstaan, de felblauwe stippen zijn verse sterhopen, en de donkere, dradderige lijnen zijn banen van stof die het licht van sterren erachter dempen.

Die uitbundige vorm is geen toeval. De kleinere begeleider NGC 5195 zwiept al miljoenen jaren rakelings langs het Draaikolkstelsel en trekt met zijn zwaartekracht aan de spiraalarmen, zoals een hand die deeg uitrekt. Die getijdenkrachten persen gaswolken samen tot nieuwe sterren, wat het stelsel tot een van de actiefste stervormingsgebieden in onze kosmische omgeving maakt. In 1845 was dit bovendien het allereerste stelsel waarin een mens ooit spiraalstructuur herkende: de Ierse astronoom Lord Rosse zag de vorm door zijn reusachtige telescoop "Leviathan of Parsonstown" en veranderde daarmee voorgoed hoe astronomen naar "nevels" aan de hemel keken.

De oneindigheid in perspectief

  • Het licht op deze foto vertrok 31 miljoen jaar geleden — ruim voordat de eerste mensachtigen op aarde verschenen (zo'n 6 tot 7 miljoen jaar geleden). Je kijkt dus niet naar het Draaikolkstelsel zoals het nú is, maar naar een momentopname uit een tijd zonder een enkele voorouder van de mens.
  • Met een middellijn van ongeveer 60.000 lichtjaar is het Draaikolkstelsel kleiner dan onze eigen Melkweg (circa 100.000 lichtjaar) — en toch oogt het door zijn frontale ligging groter en helderder dan menig dichterbij stelsel.
  • De omhelzing met begeleider NGC 5195 is geen kortstondig samentreffen: astronomen verwachten dat de twee stelsels ooit, over honderden miljoenen jaren, samensmelten tot één — hetzelfde lot dat onze Melkweg en de Andromedanevel over zo'n 4,5 miljard jaar te wachten staat.