Verre Objecten

Krabnevel-pulsarwind

De Krabnevel, een gloeiend wolk van gas en straling rond de overblijfselen van een supernova uit het jaar 1054
Crab Nebula from Five Observatories — De Krabnevel, samengesteld uit waarnemingen van vijf verschillende observatoria, met de centrale pulsar die de hele nevel van energie voorziet.Beeld: NASA/CXC/SAO/ESA/etc

Een sterexplosie die bijna duizend jaar geleden overdag aan de hemel te zien was, en waarvan de gloeiende resten nog altijd uitdijen. In het jaar 1054 noteerden astronomen in China (en vermoedelijk elders) een nieuwe, extreem heldere "gaststerf" aan de hemel — wat wij nu weten dat een supernova was. Wat er overbleef, is de Krabnevel: een uitdijende wolk van gas, met in het hart een van de bekendste pulsars aan de hemel.

Wat zie je hier?

In het centrum van de nevel bevindt zich de Krabpulsar: een neutronenster van amper 20 kilometer doorsnede die ruim 30 keer per seconde ronddraait en daarbij stralingsbundels de ruimte in zwiept, als een kosmische vuurtoren. Deze snel roterende pulsar pompt voortdurend energie in de omringende gaswolk, waardoor die over vrijwel het hele elektromagnetische spectrum gloeit — van radiogolven tot röntgenstraling.

Dit soort door een pulsar aangedreven nevel heet een pulsarwindnevel: de "wind" van hoogenergetische deeltjes die de pulsar uitstoot, botst met het uitgestoten supernovamateriaal en laat het oplichten, in een proces dat nog altijd wordt bestudeerd als één van de beste natuurlijke laboratoria voor extreme natuurkunde.

De oneindigheid in perspectief

  • De explosie zelf vond zo'n 6.500 jaar geleden plaats (de tijd die het licht nodig had om ons te bereiken), maar werd door mensen op aarde pas in het jaar 1054 gezien — en is dus, historisch gezien, een van de weinige supernova's die in geschreven bronnen is vastgelegd.
  • De nevel dijt nog altijd uit met zo'n 1.500 kilometer per seconde; astronomen kunnen deze uitdijing over een paar decennia tijd letterlijk in foto's zien.
  • De Krabpulsar draait 30 keer per seconde — sneller dan de wieken van een keukenmixer — en doet dat al bijna duizend jaar, met een snelheid die extreem langzaam afneemt naarmate hij energie verliest.