Verre Objecten
NGC 1300

Een kaarsrechte balk van miljarden sterren die dwars door de kern van een sterrenstelsel snijdt — en daarbinnen weer een eigen, kleinere spiraal. NGC 1300, in het sterrenbeeld Eridanus, geldt onder astronomen als een van de meest schoolvoorbeeld-achtige staafspiraalstelsels die we kennen: zo symmetrisch en scherp gedefinieerd dat leerboeken het al decennia als hét voorbeeld van dit type stelsel gebruiken.
Wat zie je hier?
In een gewoon spiraalstelsel zoals de Melkweg lopen de armen min of meer direct vanuit de centrale kern naar buiten. Bij een staafspiraalstelsel als NGC 1300 is dat anders: een rechte balk van sterren, gas en stof snijdt dwars door het centrum, en pas aan de uiteinden van die balk beginnen de spiraalarmen zich naar buiten te krullen. NGC 1300 wordt vaak als het schoolvoorbeeld van dit type genoemd omdat de balk en de armen er ongewoon symmetrisch en scherp afgetekend uitzien.
Nog opmerkelijker is wat er middenin die balk gebeurt: in de kern zit een eigen, kleinere "spiraal-binnen-de-spiraal" van ongeveer 3.300 lichtjaar breed — vergelijkbaar in opzet met het hele stelsel, maar dan in miniatuur. Astronomen denken dat de balk gas naar binnen trechtert, dat vervolgens via deze mini-spiraal verder naar het centrum stroomt. Daar zit een superzwaar zwart gat van ruim 70 miljoen zonsmassa's, maar dat is momenteel niet actief: het "eet" op dit moment geen materiaal, in tegenstelling tot de fel oplichtende zwarte gaten in actieve sterrenstelselkernen.
De oneindigheid in perspectief
- Het licht dat je hier ziet vertrok 69 miljoen jaar geleden — toen dinosaurussen nog niet lang daarvoor waren uitgestorven en de eerste grote zoogdieren zich over de aarde begonnen te verspreiden.
- NGC 1300 is met zo'n 130.000 lichtjaar in doorsnee groter dan onze eigen Melkweg (circa 100.000 lichtjaar) — een compleet, op zichzelf staand sterrenstelsel-universum met vermoedelijk honderden miljarden sterren.
- De Britse astronoom John Herschel ontdekte het stelsel al in 1835, met een telescoop die een fractie van de scherpte had van de Hubble-opname hierboven — hij zag toen niet meer dan een vaag nevelvlekje.