Verre Objecten
Omeganevel

Een kolkende oceaan van gloeiend gas waarin op dit moment massaal nieuwe sterren geboren worden. De Omeganevel — ook bekend als de Zwaannevel of Messier 17 — is een van de grootste en meest massieve stervormingsgebieden in onze Melkweg. De Zwitserse astronoom Jean-Philippe Loys de Chéseaux zag hem al in 1745-1746; Charles Messier catalogiseerde het object in 1764 als de zeventiende entree van zijn beroemde lijst.
Wat zie je hier?
De golvende, bijna vloeibaar ogende structuren op deze foto zijn geen water, maar wanden van waterstofgas — verlicht en gebeeldhouwd door de felle ultraviolette straling van jonge, zware sterren die net buiten beeld staan. Die straling "zandstraalt" het omliggende gas weg, waardoor reliëf ontstaat: precies hetzelfde proces dat de beroemde Pilaren der Schepping in de Adelaarsnevel hun vorm geeft.
De volledige moederwolk van de Omeganevel is ongeveer 40 lichtjaar in doorsnee en bevat een geschatte massa van 30.000 keer die van de zon aan gas en stof — genoeg materiaal voor duizenden nieuwe sterren. In de dichtere, koudere zakken binnen de nevel zijn nog steeds protosterren in wording te zien: sterren die letterlijk nog aan het ontstaan zijn.
De oneindigheid in perspectief
- Het licht op deze foto vertrok 5.500 jaar geleden — rond de tijd dat de eerste spijkerschriftteksten in Mesopotamië werden geschreven. Elke ster die je hier ziet ontstaan, deed dat dus al vóór het begin van de geschreven geschiedenis.
- De nevel bevat genoeg gas voor duizenden nieuwe sterren — een fractie van de massa van je eigen lichaam bestaat mogelijk uit atomen die ooit in een vergelijkbare wolk werden gesmeed.
- De jonge, zware sterren die deze nevel verlichten leven kort en heftig: over een paar miljoen jaar — een oogwenk op kosmische schaal — zullen de zwaarste van hen zelf als supernova eindigen en weer nieuw materiaal de ruimte in blazen.