Verre Objecten
Vlindernevel (NGC 6302)

Verscholen achter een dikke gordel van stof gloeit een van de heetste sterren die we kennen — en blaast twee spiegelbeeldsymmetrische vleugels van gas de ruimte in. De Vlindernevel (NGC 6302, ook wel de Bug Nebula genoemd) is een van de meest extreme planetaire nevels die astronomen kennen: een stervende ster met een oppervlaktetemperatuur van meer dan 250.000 graden Celsius, die de afgelopen ruim 2.200 jaar haar buitenlagen afwierp in twee scherp afgebakende, vlindervormige vleugels. Het object werd vermoedelijk al in 1826 waargenomen door de Schotse astronoom James Dunlop, maar pas in 1907 uitvoerig beschreven door Edward Barnard.
Wat zie je hier?
NGC 6302 is een planetaire nevel: het laatste stadium van een ster die niet zwaar genoeg is om als supernova te eindigen, maar wel massief genoeg om spectaculair te sterven. In het hart van de nevel gloeit een stervende ster die op weg is een witte dwerg te worden — maar we zien haar niet rechtstreeks. Een dikke donut van stof en gas rond haar evenaar blokkeert het zicht volledig en dwingt de uitgestoten gassen om in twee tegenovergestelde richtingen te ontsnappen. Zo ontstaat de karakteristieke vlindervorm, met vleugels die samen meer dan twee lichtjaar overspannen.
Recente Hubble-waarnemingen laten zien dat de structuur binnenin verrassend complex is: jets en gasbellen die op tijdschalen van jaren merkbaar veranderen, alsof de nevel ook nu nog volop in beweging is.
De oneindigheid in perspectief
- Het licht dat je nu ziet vertrok zo'n 3.800 jaar geleden — rond de tijd dat de piramides van Gizeh al meer dan duizend jaar oud waren.
- De vlindervleugels bestaan uit gas dat de ster in de afgelopen 2.200 jaar heeft afgeworpen — een oogwenk op kosmische schaal, maar langer dan de hele geschreven geschiedenis van de mensheid.
- De ster in het hart van deze nevel begon ooit als een gewone ster, vergelijkbaar met onze zon. Over zo'n 5 miljard jaar staat onze eigen zon een soortgelijk lot te wachten.