Verre Objecten

Zuidelijke Ringnevel (NGC 3132)

De Zuidelijke Ringnevel NGC 3132 zij-aan-zij in nabij-infrarood (links) en midden-infrarood (rechts) licht van de James Webb-ruimtetelescoop, met concentrische schillen van uitgestoten gas rond een centrale ster
NGC 3132 door de ogen van Webb — links de NIRCam-opname (nabij-infrarood), rechts MIRI (midden-infrarood).Beeld: NASA, ESA, CSA, STScI

Deze gasring werd niet door één ster gevormd, maar door twee — en dat zie je terug in elke asymmetrische kronkel van de nevel. De Zuidelijke Ringnevel, ook bekend als de Eight-Burst Nebula, was in juli 2022 een van de allereerste kleurenbeelden die de James Webb-ruimtetelescoop de wereld liet zien — en meteen een van de meest verrassende.

Wat zie je hier?

In het hart van de nevel staan twee sterren dicht bij elkaar in een nauwe baan om elkaar heen. De ene is een stervende witte dwerg, diep weggestopt in stof — in de NIRCam-opname is hij nauwelijks te zien, verscholen achter een lichtpiek links onder de helderste ster. Die witte dwerg wierp gedurende duizenden jaren periodiek lagen gas af, telkens wanneer hij opzwol, opwarmde en de druk even niet meer kon vasthouden. Doordat de begeleidende ster er in een nauwe baan omheen draait, werd elke uitgestoten schil in een net iets andere richting weggeslingerd — als een ronddraaiende sproeier op een gazon. Zo ontstond het gelaagde, asymmetrische patroon van ringen dat je hier ziet.

De heldere ster die in beide beelden meteen opvalt, is niet de witte dwerg zelf, maar de begeleidende ster die zijn eigen kernfusie nog niet heeft opgegeven. Samen verwarmen de twee sterren het gas in de binnenste regionen, dat in de NIRCam-opname blauw oplicht en in de MIRI-opname juist rood. Kijk goed naar de cirkelvormige band in het midden van beide beelden: dat is de plek waar twee "kommen" van materiaal in de nevel elkaar raken — een structuur die in het MIRI-beeld het duidelijkst als een geelachtige ring te zien is.

De oneindigheid in perspectief

  • Het licht op deze Webb-opname is 2.000 jaar onderweg geweest — het vertrok rond de tijd dat het Romeinse Rijk zijn grootste uitbreiding doormaakte.
  • De nevel zelf is ongeveer een halve lichtjaar breed, maar ontstond in een kosmisch oogwenk: de gasschillen zijn in slechts enkele duizenden jaren uitgestoten, een fractie van de miljarden jaren die de sterren zelf al bestaan.
  • NGC 3132 werd op 2 maart 1835 ontdekt door John Herschel, tijdens zijn systematische verkenning van de zuidelijke sterrenhemel vanaf Kaap de Goede Hoop — bijna twee eeuwen vóór Webb dezelfde nevel in infrarood liet oplichten.