Technologie

E = mc² uitgelegd

Portretfoto van Albert Einstein uit 1921
Albert Einstein, 1921 — Albert Einstein, gefotografeerd in 1921, zestien jaar nadat hij E=mc² publiceerde als onderdeel van zijn speciale relativiteitstheorie.Beeld: Harris & Ewing, 1921, National Portrait Gallery (CC0 / publiek domein, via Wikimedia Commons)

Vier tekens die zeggen dat een piepklein beetje massa in potentie een verwoestende hoeveelheid energie bevat. E=mc² is misschien wel de beroemdste formule uit de natuurkunde, gepubliceerd door Albert Einstein in 1905 als onderdeel van zijn speciale relativiteitstheorie — en de reden dat sterren, waaronder onze zon, miljarden jaren lang kunnen blijven schijnen.

Wat betekent de formule precies?

E staat voor energie, m voor massa, en c voor de lichtsnelheid (ruim 299.792 kilometer per seconde). Omdat c in het kwadraat wordt genomen, is c² een gigantisch getal — wat betekent dat zelfs een minuscule hoeveelheid massa (m) omgezet kan worden in een enorme hoeveelheid energie (E). Een gram materie die volledig in energie zou worden omgezet, levert ruwweg evenveel energie op als tientallen kilotonnen TNT.

De formule zegt dus niet zomaar dat massa en energie "verband houden" — ze zijn in essentie twee verschijningsvormen van hetzelfde. Dat inzicht was revolutionair: voor Einstein gold massa als een vaste, onveranderlijke eigenschap van materie; na 1905 bleek massa zelf een vorm van geconcentreerde energie te zijn.

Waar zie je E=mc² in de praktijk?

In de kern van de zon versmelten waterstofkernen onder extreme druk en temperatuur tot helium — een proces dat kernfusie heet. Het heliumatoom dat ontstaat weegt net iets minder dan de som van de waterstofkernen waaruit het werd gevormd; dat kleine massaverschil wordt via E=mc² omgezet in de energie die de zon als licht en warmte uitstraalt, elke seconde opnieuw, al zo'n 4,6 miljard jaar lang.

Dezelfde formule verklaart waarom kernreactoren en kernwapens zo'n enorme hoeveelheid energie kunnen vrijmaken uit relatief weinig materiaal, en waarom deeltjesversnellers zoals bij CERN nieuwe deeltjes kunnen "creëren" uit pure bewegingsenergie: bij voldoende hoge snelheid wordt energie omgezet in massa, precies andersom dan in de zon.