Telescopen

ALMA Radiotelescoop

De schotelantennes van ALMA verspreid over het Chajnantor-plateau in Chili onder een sterrenhemel
ALMA and a Starry Night — Een deel van ALMA's 66 schotelantennes, verspreid over het hooggelegen Chajnantor-plateau, onder een heldere sterrenhemel.Beeld: ESO/B

Zesenzestig schotelantennes, samen te schuiven of te verspreiden, op een van de hoogste bewoonbare plekken op aarde. ALMA (Atacama Large Millimeter/submillimeter Array) staat op het Chajnantor-plateau in Chili, op ruim 5.000 meter hoogte — zo hoog dat het personeel met extra zuurstof moet werken, maar ook zo hoog en droog dat de waterdamp die millimetergolven normaal blokkeert er nauwelijks aanwezig is.

Wat ziet ALMA dat andere telescopen missen?

ALMA vangt millimeter- en submillimetergolven op — straling met een golflengte tussen radiogolven en infrarood in — en is daarmee uitstekend geschikt om koud gas en stof te bestuderen, precies het materiaal waaruit sterren en planeten ontstaan. De 66 antennes kunnen dichter bij elkaar of juist tot 16 kilometer uit elkaar worden geplaatst, waardoor ALMA zowel grote wolken als piepkleine details kan waarnemen.

Een van ALMA's beroemdste beelden toont de protoplanetaire schijf rond de jonge ster HL Tauri, met daarin duidelijke concentrische ringen — vermoedelijk de eerste keer dat een telescoop planeten in wording rechtstreeks zag ontstaan uit een gas- en stofschijf.

In perspectief

  • De antennes van ALMA kunnen via speciale transportvoertuigen worden verplaatst om het "zoomniveau" van het hele netwerk aan te passen — van een brede, gevoelige blik tot een scherp ingezoomd detailbeeld.
  • Op 5.000 meter hoogte bevat de lucht nog maar ongeveer de helft van de zuurstof op zeeniveau — de meeste medewerkers wonen daarom op een lager basiskamp en pendelen dagelijks naar boven.
  • ALMA droeg ook bij aan het Event Horizon Telescope-netwerk, dat in 2019 en 2022 de eerste foto's van zwarte gaten maakte.